De Allerhoogste Van Alle Yogi’s

Bhagavad-gita Śloka 47

yoginam api sarvesam / mad-gatenantaratmana
sraddhavan bhajate yo mam / sa me yuktatamo matah

api—echter; sarvesam—onder alle; yoginam—van de yogi’s; sraddhavan—iemand begiftigd met geloof; mad-gatena—door zichzelf aan Mij te hechten; antar-atmana—via zijn geest; yah—wie; mam—Mij; bhajate—aanbidt; sah—hij; (is naar) me—Mijn; matah—mening; (het) yuktatamah—meest innig verbonden in yoga.

Hij wie voortdurend met volledig geloof Mijn bhajana verricht, altijd uitsluitend aan Mij denkend in zichzelf, is naar Mijn mening de allerhoogste van alle yogi’s.

 

Sarartha-varsini

“Is er dan niemand die superieur is aan de yogi?” In antwoord op deze vraag zegt Sri Bhagavan, “Zeg dat niet,” en vervolgens spreekt Hij deze sloka die begint met yoginam. Het woord yoginam staat in de zesde naamval, maar eigenlijk moet men het zien als in de vijfde naamval. In de vorige sloka staan de woorden tapasvibhyo jnanibhyo ‘dhikah in de vijfde naamval. Evenzo dient het hier gezien te worden als yogibhyah, ‘de bhakta is zelfs superieur aan de yogi’. “”Mijn bhakta is niet alleen superieur aan een soort yogi, maar aan alle soorten, of ze nu yogarudha, gevestigd in samprajnata-samadhi, zijn, of gevestigd in asamprajnata-samadhi.”

De strekking van het woord yoga is dat het het middel is voor karma, jnana, tapa, bhakti enzovoorts. “Onder zulke yogi’s zijn degenen die Mij met bhakti aanbidden Mijn toegewijden en de beste van alle sadhaka’s.”

Karmi’s, tapasvi’s en jnani’s worden ook geaccepteerd als yogi’s, maar een astanga-yogi is superieur aan ze. “Een bhakti-yogi echter, die zich bezighoudt met het horen en reciteren over Mij, is het allerhoogst.” Zoals gezegd wordt in Srimad-Bhagavatam (6.14.5):

muktanam api siddhanam / narayana-parayanah
sudurlabhah prasantatma / kotisv api maha-mune

“O maha-muni, onder miljoenen mukta’s en siddha’s, is een vredig persoon die toegewijd is aan Sri Narayana zeer zeldzaam.”

In de volgende acht hoofdstukken zal bhakti-yoga worden beschreven. Deze sloka, welke de sutra is van die hoofdstukken, is als een sieraad dat de halzen van de bhakta’s tooit. In het Eerste Hoofdstuk van Bhagavad-gita, het kroonjuweel van alle sastra, is er een synopsis gegeven van de tekst. In de Tweede, Derde en Vierde Hoofdstukken, wordt niskama-karma uitgelegd. In het Vijfde Hoofdstuk wordt jnana beschreven en het Zesde Hoofdstuk beschrijft yoga. Deze zes hoofdstukken beschrijven echter voornamelijk karma (actie).

 

Zo eindigt de Bhāvānuvāda van de Sārārtha-Varñini Tīkā,
door Śrīla Viśvanātha Cakravarti Thākura, op het Zesde Hoofdstuk van
Śrīmad Bhagavad-gītā, welke plezier schenkt aan de bhakta’s
en aanvaard wordt door alle heilige personen.

 

Sarartha-varsini Prakasika-vrtti

Aan het einde van dit hoofdstuk heeft Bhagavan Sri Krsna categorisch verklaard dat een bhakti-yogi superieur is aan alle andere yogi’s. Srila Bhaktivinoda Thakura geeft als volgt een speciale uitleg van deze sloka:

“Onder alle soorten yogi’s, is de beoefenaar van bhakti-yoga superieur. Iemand die Mijn bhajana met geloof verricht is de beste der yogi’s. Onder rechtvaardige, gereguleerde menselijke wezens, zijn de niskama-karmi, de jnani, de astanga-yogi en de beoefenaar van bhakti-yoga allemaal yogi’s, daar waar de sakama-karmi dat niet is. In feite is yoga eenn, en niet twee. Yoga is een groeiend pad waarop er verschillende stappen zijn. Beschutting nemend van dit pad, plaatst de jiva zich op het pad van brahma realisatie. Niskama-karma-yoga is de eerste stap. Wanneer jnana en vairagya worden toegevoegd, wordt het jnana-yoga, wat de tweede stap is. Wanneer dhyana, in de vorm van meditatie op Isvara, wordt toegevoegd aan jnana-yoga, wordt het astanga-yoga genoemd, wat de derde stap is. En wanneer priti, genegenheid voor Bhagavan, wordt toegevoegd aan deze derde stap van astanga-yoga, dan is dat bhakti-yoga, de vierde stap.

Al deze stappen bij elkaar gevoegd vormen de ene traptrede die yoga wordt genoemd. Teneinde deze yoga duidelijk uit te leggen, zijn alle andere gedeeltelijke soorten van yoga beschreven. Terwijl hij geleidelijk aan vordert op deze ladder, raakt hij eerst standvastig op de trede waar hij zich op bevindt, en daarna klimt hij op naar de volgende trede. Maar iemand die zich vastklampt aan een specifieke trede, nadat hij zichzelf alleen in dat type yoga heeft gevestigd, kent men onder de naam van die specifieke yoga. Om die reden staat een iemand bekend als een karma-yogi, iemand bekend als een jnana-yogi, een iemand bekend als astanga-yogi en een ander als een bhakti-yogi.

“Daarom, O Partha, is iemand wiens allerhoogste doel alleen het verrichten van bhakti aan Mij is de allerhoogste onder alle yogi’s. Je zou dat soort yogi moeten worden, namelijk, je zou een bhakti-yogi moeten worden.”

 

© 2014 Bhagavad Gita Seminar