Gita Mahatmya – heer Shiva’s verheerlijking van de Bhagavad-Gita in de Padma Purana.

Parvati (de vrouw van heer Shiva) zei eens tegen haar man: “Mijn beste echtgenoot, jij kent de volledige transcendentale waarheid. Door jouw genade heb ik gehoord over de roem van Heer Krishna, de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. Wees nu zo goed om me te vertellen over de roem van de Bhagavad-gita die door Heer Krishna gesproken werd, want ik weet dat iemands toewijding toeneemt wanneer hij over zulke onderwerpen hoort.

Heer Shiva antwoordde: “Die persoon van wie het lichaam de kleur heeft van een donkere regenwolk, die gedragen wordt door Garuda, de koning van alle vogels, en die op Ananta Sesa ligt, de duizendkoppige slang die Heer Vishnu of Krishna, die oneindige roem bezit, is degene die ik altijd vereer.”

Daarop beschreef heer Shiva hoe Heer Krishna de bestuurder is van alles terwijl Hij tegelijkertijd afzijdig blijft. Daarnaast beschreef hij hoe Zijn grote toegewijden zich bevrijden van herhaaldelijke geboorte en dood door zich Zijn goddelijke activiteiten te herinneren en hoe zij daardoor Zijn eeuwige natuur bereiken, die vrij is van dualiteit. Heer Shiva beschreef verder hoe Heer Vishnu op de oceaan van melk drijft en de wonderbaarlijke werking van zijn energieën aanschouwt.

Op een keer vroeg Laksmi, de godin van het geluk, aan Heer Vishnu: “0 Heer, Jij bent de oorzaak, instandhouding en vernietiging van de materiële universa. Wees zo goed om mij te vertellen over de werkingen van Je wonderbaarlijke energieën, die zelfs Jou aantrekken.”

Daarop vertelde Heer Vishnu dat alleen iemand van wie de intelligentie gezuiverd is ertoe geneigd is om Hem te dienen en daarom in staat is om Zijn energieën te kennen en te begrijpen. Zo’n persoon leert hoe hij vrij kan raken van de gebondenheid aan geboorte en dood en hoe hij het goddelijke kan bereiken. Zulke transcendentale kennis, zo zei Hij, wordt volledig uitgelegd in de Bhagavad-gita.

Laksmi vroeg toen: “Mijn Heer, als Jijzelf al verbaasd bent over de werkingen van Je energieën, hoe is het dan mogelijk dat de Bhagavad-gita deze oneindige energieën beschrijft en aangeeft hoe ze kunnen worden overwonnen?”

Heer Vishnu zei: “Ik heb Mezelf geopenbaard in de vorm van de Bhagavad-gita. De eerste vijf hoofdstukken zijn Mijn vijf hoofden, de volgende tien hoofdstukken zijn Mijn tien armen, het zestiende hoofdstuk is Mijn maag en de laatste twee hoofdstukken zijn Mijn lotusvoeten. Deze Bhagavad-gita vernietigt alle zonden en een intelligent persoon die dagelijks één hoofdstuk reciteert, of één vers, of een half vers, of zelfs één regel, die zal hetzelfde bereiken als Susarma.” Nadat Hij dit gezegd had begon Hij het eerste hoofdstuk te verheerlijken.

Hoewel hij in een familie van brahmana’s geboorte had genomen, was Susarma een zondige, kwaad­aardige man zonder een greintje vroomheid. Hij beleefde in het bijzonder plezier aan het pijnigen van anderen. Voor zijn levensonderhoud verkocht hij de bladeren die hij had verzameld en waarvan hij borden en kommen had gemaakt. Op een dag ging Susarma de tuin van een wijze binnen om bladeren te verzamelen toen er een slang aan kwam kronkelen die hem doodbeet. Vanwege al zijn zonden werd hij in vele hellen gesmeten en voor lange tijd moest hij vreselijk lijden.

Na verloop van tijd kreeg hij het lichaam van een stier en werd hij door een kreupele man gekocht, voor wie hij jarenlang zware lasten moest dragen. Op een dag viel de stier bewusteloos neer op de grond toen het een uitzonderlijke zware last droeg. Omstanders hadden medelijden met het dier en gaven het enkele van de vrome resultaten van hun activiteiten. Eén van de omstanders, een prostituee, vroeg zich echter af of ze eigenlijk ooit wel vrome activiteiten gedaan had. Maar omdat iedereen hun vrome resultaten aan de stier gaf, gaf ook zij de resultaten van de vrome daden die zij mogelijk begaan had.

Nadat de stier gestorven was en naar de planeet van Yamaraja, de god van de dood, gebracht was, sprak deze tot hem: “Je bent nu vrij van alle reacties op alle zonden die je begaan hebt, omdat een prostituee je al haar vrome resultaten heeft gegeven.”

In zijn volgende leven werd Susarma opnieuw als een voorname brahmana geboren, maar dit maal kon hij zich zijn voorgaande levens herinneren. Hij besloot op de prostituee die de oorzaak was van zijn bevrijding uit de hel, te zoeken. Toen hij haar gevonden had, vroeg hij haar wat de vrome activiteiten geweest waren die zij gedaan had en de prostituee antwoordde dat haar papegaai dagelijks verzen had gereciteerd die haar hart hadden gezuiverd.

Daarna vertelde de papegaai over deze verzen. In een vorig leven was de papegaai een trotse en afgunstige maar geleerde brahmana geweest die andere geleerde personen beledigd had. Hij had daarom nu het lichaam van een papegaai gekregen.

Maar als papegaai had hij vaak wijzen het eerste hoofdstuk van de Bhagavad-gita horen reciteren en was ook begonnen dit te doen. Op die manier werd hij gezuiverd. Na verkocht te zijn aan de prostituee zette de papegaai zijn recitaties voort en de prostituee had daardoor haar vrome resultaten gekregen.

Susarma werd uiteindelijk volkomen zuiver en binnen korte tijd ging hij naar Vaikuntha, de allerhoogste bestemming.

© 2014 Bhagavad Gita Seminar