De Glories van het Tiende Hoofdstuk van de Bhagavad Gita uit de Padma Purana

Heer Shiva zei, “Mijn liefste Parvati, nu zal ik je vertellen over de glories van het tiende hoofstuk van de Srimad Bhagavad-gita, zoals verteld door Heer Vishnu aan Lakshmi-Devi, wat op zichzelf een trap naar de spirituele wereld is.

In Kashipuri was er eens een brahmana genaamd Dhirabuddhi, die me net zo dierbaar was als Nandi, mijn vervoerder. Hij was altijd vreedzaam en al zijn zintuigen waren gefixeerd op de verheerlijking van Heer Krishna. Waar hij ook maar naar toe ging, volgde ik hem met grote liefde, zodat ik hem kon beschermen en dienen. Toen hij mijn activiteiten zag, vroeg mijn eeuwige dienaar Bhringiriddhi aan me, “Wat voor ascese en andere vrome activiteiten heeft deze grote toegewijde allemaal verricht, dat u hem persoonlijk dienst levert?”

Toen ik Bringiriddhi’s vraag hoorde, antwoordde ik als volgt: “Ooit, in Kailash parvata, in de tuin die bekend staat als punnaag, was ik ervan aan het genieten om in het maanlicht te zitten, toen er plotseling een sterke wind opstak, die de bomen met veel kabaal liet schudden. Opeens kwam er een schaduw aan alle kanten opzetten alsof er een berg aan het bewegen was. Plotseling verscheen er aan de hemel een hele grote vogel die de kleur van een regenwolk had. Vanwege het gefladder van zijn vleugels, schudde het de bomen heen en weer en waaide al het stof op. Plotseling landde de vogel en bracht zijn eerbetuigingen aan mij samen met een prachtige lotusbloem, waarna hij zei, “O Mahadeva! Alle glorie aan u, de toevlucht van iedereen. Er staat geen maat op uw glories. U bent de beschermer van de toegewijden die hun zintuigen onder controle hebben, en u bent de voornaamste van alle toegewijden van de Allerhoogste Heer Krishna. Grote zielen zoals Brihaspati chanten altijd uw glories. Maar zelfs de duizendkoppige Ananta Sesha is niet in staat om uw glories volledig te beschrijven, om maar te zwijgen van een vogel zoals ik, met zo weinig intelligentie.”

Nadat ik naar het gebed van de vogel had geluisterd, vroeg ik, “Wie bent u en waar komt u vandaan? U ziet eruit als een zwaan en u heeft de lichaamskleur van een kraai.” Die vogel antwoordde, “Weet dat ik de zwaan ben die Heer Brahma vervoert, en de reden waarom mijn lichaam een zwarte kleur heeft, zal ik u nu vertellen.”

In de buurt van Saurashtra (Surat) ligt een prachtig meer, waar deze wonderschone hemelse lotusbloem vandaan komt. Ik was daar al een tijdje aan het genieten. Echter, net toen ik van die plek wegvloog, viel ik plotseling op de grond en kreeg mijn lichaam deze zwarte kleur. Op dat moment dacht ik, “Hoe is het mogelijk dat ik gevallen ben, en hoe is mijn lichaam, dat wit als kamfer was, zo zwart geworden?” terwijl ik zo aan het denken was hoorde ik een stem uit de lotussen van het meer komen, “O zwaan, sta op, ik zal je vertellen waarom je bent gevallen en waarom je lichaam zwart is geworden.” Toen stond ik op en ging het middelpunt van het meer, waar zich vijf prachtige lotussen bevonden uit wie een hele mooie dame tevoorschijn kwam. Nadat ik haar mijn eerbetuigingen had gebracht door om haar heen te lopen, vroeg naar de reden van mijn val. Ze antwoordde, “O zwarte zwaan, terwijl je aan het vliegen was, vloog je over mij heen, en vanwege deze overtreding is je lichaam nu zwart geworden. Toen ik je zag vallen had ik medelijden met je, en daarom riep ik je tot me. Toen ik mijn mond opende, was de geur die eruit voortkwam in staat om in een klap zevenduizend zwarte bijen, die onmiddellijk toegang kregen tot het hemelse rijk, te zuiveren. Mijn beste koning der vogels, ik zal je vertellen hoe het komt dat ik zo’n macht heb.

Voorafgaand aan deze geboorte, drie geboortes eerder om precies te zijn, was ik geboren in een Brahmaanse familie, en mijn naam was Sarojavadana. Mijn vader had me voortdurend onderwezen over de principes van kuisheid, en toen ik trouwde diende ik mijn echtgenoot erg trouw. Op een dag vond ik een maina (zwarte vogel), en omdat ik voor die vogel begon te zorgen, kwam er de klad in mijn dienst aan mijn echtgenoot, waarover hij erg kwaad werd en mij vervloekte, “O zondige vrouw, jij zult een maina worden in je volgende leven.”

In mijn volgende geboorte werd ik een maina, maar omdat ik de principes van kuisheid strikt volgde, kreeg ik het voor elkaar om in contact te komen met wat wijzen, die me in hun ashram hielden. Een van de dochters van die wijzen zorgde daar voor mij. Terwijl ik daar verbleef, hoorde ik iedere ochtend en avond de recitatie van het tiende hoofdstuk van Srimad Bhagavad-gita, waardoor ik mijn volgende leven het lichaam van een apsara kreeg op de hemelse planeten, waar mijn naam Padmavati was. Op een dag was ik aan het reizen in een bloemenvliegtuig toen ik de prachtige lotus op dit meer zag. Toen ik hier kwam begon ik te genieten in het water. Op dat moment kwam Durvasa Muni daar aan en zag mij volledig naakt. Omdat ik bang van hem was, nam ik onmiddellijk de gedaante van vijf lotussen aan. Mijn twee armen werden twee lotussen, mijn twee benen werden twee lotussen, en de rest van mijn lichaam vormde de vijfde lotus. Er begon een vuur uit de ogen van Durvasa Muni te komen, en hij zei, “O zondige, je zult honderd jaar in die vorm blijven.” Nadat hij mij vervloekt had verdween hij onmiddellijk, maar gelukkig was ik in staat om het tiende hoofdstuk van de Srimad Bhagavad-gita te onthouden. En vandaag ben ik verlost van de vloek, omdat jij over mij heen bent gevlogen, en daarom ben jij gevallen en is je lichaam zwart geworden. Maar als je van mij het tiende hoofdstuk van de Srimad Bhagavad-gita hoort, zul je in staat zijn om uit deze situatie te komen.”

Nadat Padmavati het reciteren van het tiende hoofdstuk van Srimad Bhagavad-gita had voltooid, vertrok ze in een vliegtuig naar Vaikuntha. Daarna kwam ik hierheen en offerde ik deze prachtige lotus uit dat meer aan u.”

Heer Shiva zei, “Nadat die zwarte zwaan zijn verhaal had besloten gaf hij onmiddellijk zijn lichaam op en nam hij geboorte in een Brahmaanse familie onder de naam Dhirabuddhi, die vanaf zijn jeugdjaren altijd het tiende hoofstuk van Srimad Bhagavad-gita chantte.

En wie dat chanten ook maar hoorde van hem zou darshan van Heer Vishnu, die de Shankha en Chakra vasthoudt, verkrijgen. Wie er ook maar dat chanten zou horen, of ze nu gevallen waren en verslaafd waren aan bedwelming, of zelfs doders van brahmana’s waren, zij zouden de darshan van Heer Vishnu, die de Shankha en Chakra vasthoudt, verkrijgen. Om die reden, mijn beste Bringiriddhi, ben ik altijd Dhirabuddhi aan het dienen.”

© 2014 Bhagavad Gita Seminar